Speech Jaap Goudsmit

Toespraak 4 juni 2008 ter gelegenheid van de uitreiking prijzen Toptoets 2008

Door juryvoorzitter Prof. dr. J. Goudsmit, hoogleraar armoede-gerelateerde infectie ziektes aan de UvA & wetenschappelijk directeur biotechbedrijf Crucell

Geachte winnaars,

Ik spreek jullie allemaal aan als winnaars. Wij zijn trots op jullie dat jullie lef en durf hebben getoond. Lef en durf om aan de Toptoets mee  te doen. Jullie hebben twee kenmerken tentoongespreid die leiden tot het beste uit je zelf te halen, maar niet alleen het beste, ook het meeste. Het belangrijkste, zo heb ik als universitair wetenschapper geleerd, is de durf te hebben en het risico te nemen om de kans te lopen te falen.

Dat is een zeldzaam goed in ons land. Van jullie zal ons land het moeten hebben. Hoe zenuwachtig jullie ook geweest mogen zijn, jullie hebben het recht om te falen opgeëist en hebben daarmee jezelf overwonnen. Jullie hebben ook getoond met je talenten te kunnen omgaan. Kennis, hoe veel of weinig ook, moet je kunnen opnemen en verwerken, alleen dan leidt het tot iets. Zoiets heet intelligentie of schranderheid of pienterheid. Niemand weet wat intelligentie is en of goed kunnen leren, goed de Toptoets doen, het begrip dekt. Wat intelligentie is, heeft Matthijs van Boxsel in zijn boek “De encyclopedie van de domheid” het beste omschreven. “Intelligentie, ‘volgens van Boxsel’, is niets dan het product van een reeks min of meer mislukte pogingen greep te krijgen op de domheid”.

In deze geniale definitie is intelligentie, iets zeer tastbaars en praktisch, – immers: ergens greep op krijgen –, iets wat met ervaring, – het begrip: reeks –, wordt opgebouwd en iets wat actie inhoudt met het risico van falen, waarvan men leert. M.a.w.: door schade en schande wordt men wijs; wat je niet doodt, maakt je sterker én niet geschoten altijd mis.

Het laatste wat van Boxsel in zijn definitie opneemt, is het greep krijgen op je schaapachtigheid. Je hebt succes met je intelligentie als je niet alleen steeds minder dom wordt, maar vooral minder dom doet. Alleen dan wordt je succes gegund: als je het voor je omgeving mogelijk maakt beter van jou gebruik te maken. In van Boxsels definitie kan iedereen intelligent worden, in ieder geval intelligenter dan je vandaag, zo jong als jullie zijn, bent. In het spraakgebruik wordt intelligentie vaak gelijkgesteld met hoogbegaafd zijn of een saaie pier zijn die de hele dag met zijn of haar hoofd in de boeken zit. Trek je daar niets van aan: ik zou het genie Steve Jobs, die de Iphone en de Ipod heeft uitgevonden, niet bepaald een wereldvreemde nerd willen noemen. Het is maar hoe je je intelligentie gebruikt, daar gaat het om. En trek je vooral nooit wat aan van woord- of spraakgebruik: daar klopt vaak weinig van.

Van Boxsel geeft daar in zijn tweede boek: “Morosofie, Dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen”, een sprekend voorbeeld van.

Terwijl je iemand recht in de ogen kijkt, zegt hij: “ik sta om de hoek”, met ik bedoelt de persoon zijn auto en het gelijkstellen van jezelf, een levend wezen, aan zoiets mechanisch als een auto vinden wij doodnormaal. Sterker nog, je vindt het ook de gewoonste zaak van de wereld dat iemand je meedeelt dat hij tegelijk voor je ogen staat en buiten je gezichtsveld om de hoek. Terwijl je de zin aanhoort, vind je de mededeling gewoon en sta je er niet bij stil.

Doe dat voortaan, vanaf nu, wel. Zelfs bij de gewoonste dingen, valt iets te ontdekken. Door dat te doen, toon je je intelligent. Laat de Toptoets het moment zijn waarna je niets meer onnadenkend en ongemerkt aan je voorbij laat gaan. Een paar van jullie hebben dat volgens de jury al een beetje meer door dan de andere deelnemers. Aan hen zal ik zo de prijzen uitreiken, maar de boodschap voor iedereen is: Jongens en meisjes, geniet van je winst, doe er wat mee en maak er wat van.

(Zie hieronder de 3 juryleden en de 4 winnaars van de Toptoets 2008)