stichting cognitief talent
Giftedness and the family
Hoofdstuk 7: Giftedness and the family
Zijn begaafde kinderen het slachtoffer van hun ouders die niets anders doen dan hun kind opdrijven en voortzwepen en zo het talent (en het kind) beschadigen? Dat is mythe nr. 6 die Winner aan de orde stelt. Zij is dus die mening niet (volledig) toegedaan. Het komt zeker voor dat kinderen met talent het slachtoffer zijn, maar dan is er meer aan de hand. Behalve veel (en te veel) eisend gaat het dit soort ouders ook vaak om via het kind hun eigen behoefte aan bijvoorbeeld aandacht en succes te bevredigen, om ouders die hun kind kort en klein houden en geen autonomie gunnen en ouders die hun kind emotioneel niets gunnen.
Winner komt met zes generalisaties over de gezinsachtergrond van begaafde kinderen. Om te beginnen zijn ze vaak het oudste dan wel het enige kind. Bij het oudste kind kan je niet uitgaan van een genetisch effect. Waarom zou dat bij de andere kinderen in het gezin niet optreden? Bij het enige kind zou je eventueel wel naar de genen kunnen wijzen. Het kan dan om ouders gaan die zelf begaafd zijn en slechts één kind wensen om verder meer hun eigen gang te kunnen gaan.
Een omgevingsfactor lijkt echter meer voor de hand te liggen als verklaring. Bij oudste kinderen zou het bepalend kunnen zijn dat ze hun verloren positie op de andere kinderen willen terugwinnen. Bij enige kinderen ligt meer de voortdurende omgang met volwassenen als verklaring voor de hand. Latere kinderen in een gezin spenderen veel meer tijd met elkaar.
Algemeenheid twee is het feit dat talentvolle kinderen vaker opgroeien in een 'verrijkt' milieu. Er zijn boeken thuis, ouders betrekken hen in gesprekken, en ga zo maar verder. Ze gaan mee naar het museum en meer van die zaken. De ouders treden soms meer op als leraar, tot in het extreme zoals Winner met voorbeelden illustreert.
Maar talent komt ook voort uit armelijke milieus. Kenmerk is dan meestal dat men daar de nadruk op leren en ontwikkelen legt. School en je best doen en je inspannen is belangrijk en voor de tv hangen niet.
Overigens kan ook de genetische component bepalend zijn, in die zin dat het talent van het kind het gezin uitdaagt om stimulans te bieden. Maar hoe (intellectueel) 'rijker' het milieu, hoe groter de kans is op voorlijke ontwikkeling. Het één versterkt bovendien het ander en zo lopen deze kinderen weer verder uit op hun leeftijdsgenoten.
Het kindgerichte van het gezin is algemeenheid nr. 3. De ouders spannen zich in om het talent van hun kind tot ontplooiing te brengen. Winner komt met het voorbeeld van de familie Menuhin die iedere keer alles op alles zette om één lid van elke generatie zo hoog mogelijk te brengen. De violist Yehudi Menuhin trof dat lot, met veel succes.
Behalve veel tijd, offeren ouders ook vaak andere zaken op voor hun kinderen, tot aan verhuizen toe om bijvoorbeeld de juiste school of docent te kunnen treffen voor hun kind. Dat alles gebeurt omdat ouders het talent van hun kind beseffen en niet doordat de ouders een talent kunnen opwekken. Ouders scheppen geen talent maar ze kunnen het wel vormen.
Terzijde ontstaat wel de vraag waar de grens ligt tussen opofferingsgezindheid van de ouders en veeleisendheid die het kind eventueel in de problemen kan brengen. Van belang blijft dat ouders niet meer van de prestaties van hun kind gaan houden dan van het kind zelf.
De volgende algemeenheid is het rolmodel dat de ouders aan het kind bieden. Dat houdt in dat de hoge eisen en verwachtingen ook in het eigen optreden van de ouders worden weerspiegeld. De ouders zijn vaak zelf ook noeste werkers. Als dat er niet is, dan werkt het ook niet om het van het kind te verlangen. Het geloof in de mogelijkheden van het kind en de bijbehorende eisen zijn niet voldoende.
In onze maatschappij is het overigens vaak de drijvende en ambitieuze moeder die het kind verder brengt.
Vooral bij talent op het gebied van muziek en sport komt veel neer op oefenen en nog eens oefenen. Ouders en vooral dus moeders zitten er in die gevallen vaak bovenop. Dat is ook nodig, omdat oefening en een perfecte uitvoering onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Bij meer artistiek, beeldend talent worden kinderen meer aan zichzelf overgelaten.
Winner stelt de vraag of het niet gewoon een kwestie van erfelijke eigenschappen is. Hardwerkende ouders krijgen hardwerkende kinderen, zo simpel zou het kunnen zijn. Maar zo simpel ligt het in haar ogen niet. Eisen stellen en toezien op presteren leidt bijna altijd tot betere prestaties. Zo stelt Winner dat in een land als Japan over de hele linie de leerprestaties beter zijn dan in de V.S. door hogere eisen. Wie de lat hoger legt, ziet de prestaties stijgen. Wie geen verwachtingen heeft, hoeft ook geen resultaat te verwachten.
De 5e generalisatie houdt dat succesvolle kinderen niet alleen voortgestuwd worden, maar dat hun ook de nodige vrijheid en onafhankelijkheid wordt gegund. Ouders stellen zich niet rigide en autoritair op. Kinderen krijgen zelf de kans beslissingen te nemen en controle te houden over hun eigen leven. Kinderen moeten van binnenuit gericht zijn hun talent te uiten. Als het alleen maar onder dwang gaat, houdt alles snel op. Winner herhaalt nog eens dat vooral ouders met kinderen met artistiek talent (beeldend talent) hun kinderen het meest de vrijheid laten, met goede resultaten.
De vraag blijft wat tot wat leidt. Moedigen ouders onafhankelijkheid aan omdat ze zien dat hun kind talent heeft? Of leidt het aansporen tot onafhankelijkheid juist tot uiting van het talent? Zeker is wel dat dominante, autoritaire ouders een grote kans geven tot rebellie, afkeer en wrok bij kinderen en zo tot verspilling van hun talent.
Generalisatie nr. 6 betreftstimuleren, de lat hoog leggen, harmonie en steun. Gezinnen met talentvolle kinderen steken vaak goed in elkaar. Scheidingen komen minder voor, hoewel dat misschien ook te maken heeft met oudere onderzoekgegevens. Later onderzoek wijst ook op kinderen van gescheiden ouders met evenveel tot uiting gekomen talent. In ieder geval zijn de ouders liefdevolle ouders en is er een goede band tussen ouders en kinderen.
Csikszentmihaly (de bedenker met de moeilijke naam van 'flow') onderscheidt 4 soorten gezinnen, waarbij die zich onderscheiden ten aanzien van 'steun' en van 'stimulans'. Hij noemt gezinnen die zowel steun als stimulans bieden ‘complex' en stelt dat in zo'n milieu de beste resultaten worden bereikt. Een uitzondering vormen dan sportieve prestaties, met name de individuele sporten als atletiek. Daar helpt stimulans zonder steun (oftewel steeds maar eisen stellen) het best. Misschien komt dat doordat zich zo een zekere woede en bijbehorende win om te willen ontwikkelt.
De rest van het hoofdstuk wijdt Winner aan de ouders die hun talentvolle kinderen over de rode dreigen te jagen. Ze verwijst naar The hurried Child van David Elkind die de gevaren van veeleisende ouders schildert. Maar Winner wijst er ook op dat kritische, veeleisende ouders die eigenlijk nooit tevreden met een prestatie zijn, niet altijd hun kind de vernieling in hebben. Soms helpt het, zoals bij sport dus en met name in het geval van muzikaal talent, waar oefenen en nog eens oefenen voorop staat om tot uitzonderlijke prestaties te komen. Tegelijk geeft ze ook enkele gruwelijke voorbeelden van kinderen die bezweken onder de druk van hun ouders, en wonderwel nu juist van die van hun vader (en dus niet de drijvende moeder die ze eerder noemde; misschien dat moeders toch eerder een grens aanvoelen). Dit slag ouders (vaders) noemt Winner 'scheppende ouders', ouders die eigenlijk alleen maar bestaan bij de gratie van de prestaties van hun kind. Naast de ouders die alleen maar (te veel) eisend zijn, noemt Winner ook nog de ouders die nooit tevreden is met wat de omgeving kan bieden en met hun kind van school tot school 'winkelen' en hun kind als slachtoffer zien dat moet worden gered. Niets is goed genoeg voor hun kind en zo maken ze (het talent van) hun kind op een andere manier ook stuk.
'Vroeg rijp. Vroeg rot' wordt er wel gezegd, waarmee men bedoelt dat te veel eisen stellen aan een kind automatisch leidt tot neergang later in de puberteit of jonge volwassenheid. Maar zegt Winner het zijn nimmer de hoge verwachtingen die een kind beschadigen als wel extreme druk, dominantie en exploitatie. De 6 kenmerken die ze in dit hoofdstuk noemt, kunnen ervoor zorgen dat het talent overeind blijft en verder rijpt. En verder is het zo dat alles begint met het talent. Er zijn nauwelijks of geen ouders die hoge verwachtingen hebben en eisen stellen zonder dat een kind al heeft laten zien over talent te beschikken. Oftewel het kind schept net zo zeer het gezin als het gezin het kind.
(wordt vervolgd)
(samenvatting door Theo Capel)
