stichting cognitief talent
Sorting myth from reality
Hoofdstuk 11: Sorting Myth from Reality
In dit slothoofdstuk komt Winner terug op de 9 mythes over begaafdheid. Het is haar bedoeling nu conclusies te presenteren in plaats van mythes.
Mythe 1: Algemene begaafdheid
Het intellectueel begaafde kind zou goede prestaties leveren over de hele linie. In de praktijk blijkt echter dat kinderen veelal begaafd zijn op een specifiek domein. De een is meer verbaal begaafd, de ander wiskundig. Je ziet zelfs hoge prestaties op het ene schoolvak in combinatie met lage op het andere.
Mythe 2: Getalenteerd is iets anders dan begaafd
Het heeft geen zin om talent te onderscheiden van begaafdheid. Kinderen met muzikaal talent lijken in hun uitingsvormen, zoals voorlijk op hun terrein en hun gedrevenheid, op intellectueel begaafde kinderen. Dezelfde factoren spelen een rol bij de ontplooiing van allerlei talenten. Winner heeft een voorkeur om over 'talent' te spreken.
Mythe 3: Het uitzonderlijk hoge IQ
Het hangt maar van het soort talent af of een hoog tot zeer hoog IQ een rol speelt. Muzikale kinderen hebben overigens vaak een hoger I.Q. dan teken- en schildertalenten. Onduidelijk is overigens waaraan dat ligt.
Er is ook het voorbeeld van (idiot)savants die een uitzonderlijk laag I.Q. hebben, maar wel briljant zijn op een specifiek terrein, vooral wat rekenen betreft of bijvoorbeeld pianospelen.
Mythe 4 en 5: Aanleg versus Opvoeding
Talent is noch alleen maar aangeboren en noch een kwestie van alleen maar keihard werken, maar het speelt wel allebei een belangrijke rol. Het keiharde werken komt daarbij meer voort uit de aanleg dan uit discipline op zich. Het talent zet de bezitter aan er iets mee te doen. Begaafde kinderen gaan vaak hun eigen baan. Ze hebben weinig instructie nodig en steun.
Er zijn aanwijzingen dat er sprake is van een a-typische hersenontwikkeling waarbij vooral hormonale zaken tijdens de zwangerschap een rol spelen. Het zijn niet altijd alleen de genen die van invloed zijn.
Mythe 6: De veeleisende ouder
Er is altijd iemand – en vaak de ouders – die met hun steun, aanmoediging en ook druk het talent van hun kind tot ontwikkeling brengen. Maar er moet wel talent aanwezig zijn. Alleen maar duwen en trekken om tot prestaties te komen levert geen talent op.
Ouders kunnen talent ook kapot maken. Dat komt niet zozeer door druk uit te oefenen, maar doordat ze als het ware het talent van hun kind in beslag nemen en hun kind emotioneel verwaarlozen.
Mythe 7: Geestelijk gezond en fantastisch aangepast
Begaafde kinderen zijn vaak eenlingen en geen sociale sterren. Ze hebben bij hun leeftijdsgenoten niets te zoeken en worden door hen ook vaak raar gevonden. Ze lopen grote kans sociaal geïsoleerd te raken als ze geen gelijkgezinden treffen. Arrogantie en neerkijken op anderen ligt ook op de loer. En soms slaat de zelftwijfel en faalangst toe. Dat hoeft allemaal niet, maar cognitief talent is sociaal gezien niet meteen een fantastisch geschenk.
Mythe 8: Eigenlijk zijn alle kinderen begaafd
Iedereen heeft wel sterke en zwakke punten, maar dat is iets anders dan om van talent te spraken voor iedereen. Winner wijst er nog eens op dat voor muzikaal talent en sporttalent allerlei buitenschoolse stimulans aanwezig is, maar kinderen met artistiek talent en cognitief talent komen er bekaaid af.
Cognitief talent moet het maar met school op zich doen en dat is geen stimulans. Bovendien wordt veel energie verspild aan kinderen met slechts een beperkt talent. De echte uitblinkers hebben een aparte aanpak nodig. Daar zouden de faciliteiten naar toe moeten gaan
Mythe 9: Talent leidt tot eminentie
Het verband tussen jong talent en latere eminentie is zwak. Er zijn voorbeelden te vinden van talent dat niet uitgroeit en eminentie die zich niet jong aankondigde. Eminentie is slechts voor enkelen weggelegd en dat zijn vaak niet de meest aangepaste personen. Vaak is er in hun geval ook sprake van narigheid in hun jeugd.
Tot slot stelt Winner nog eens dat begaafde kinderen en helemaal wonderkinderen afwijken van de normale populatie. Hoe hun hersens zich anders ontwikkelen is nog nauwelijks opgehelderd. Moet je toch een samenhang zien met een pathologische ontwikkeling zoals bij de (idiot)savants? Talent verdient in ieder geval om te worden gestimuleerd en te worden erkend.
(samenvatting door Theo Capel)
